Teksten schrijven in de Nederlandse taal is niet gemakkelijk. In het dagelijks taalverkeer worden dan ook veel fouten gemaakt. Een aantal sprekende voorbeelden is opgenomen in het onderstaande rijtje.

  • Dat boek kost duur. (is duur of kost veel)
  • Hun zijn getrouwd. (zij zijn)
  • Me moeder komt op bezoek. (mijn moeder)
  • Zij is beter als hij. (dan hij)fouten in de Nederlandse taal
  • Het is gisteren gebeurt. (is gebeurd)
  • Dat is ten alle tijden het geval. (te allen tijde of altijd)
  • Vind u dat mooi? (vindt u)
  • Een aantal kinderen gingen spelen. (een aantal ging)
  • Ik moet maar weer is gaan. (eens gaan)
  • Dat moeten we overnieuw doen. (opnieuw of overdoen)
  • Ik vind jouw lief. (jou)
  • Jij bent de enigste die ik ken hier. (enige)

 

In het kader van tekstschrijven worden twee soorten fouten onderscheiden, typfouten en taalfouten.

Typfouten ofwel tikfouten zijn het gemakkelijkst herkenbaar. Dit zijn fouten die per abuis ontstaan, terwijl men wel weet hoe het zou moeten. Het zijn gewoon vergissingen. Overigens mag het woord typfout ook worden geschreven als typefout. Hetgeen maar weer aangeeft dat het Nederlands geen eenvoudige taal is. Over het algemeen zal de spellingscontrole de typfouten herkennen.

Taalfouten zijn in feite afwijkingen op de algemeen geaccepteerde en vervolgens afgesproken taalregels. Hiermee worden geen geaccepteerde dialecten bedoeld. Taalfouten zijn vervolgens weer onder te verdelen in spelfouten en grammaticafouten.

Onder een spelfout wordt een overtreding van de vastgelegde spellingsregels verstaan, zoals bij verkeerd gebruik van een hoofdletter of het foutief verkleinen van een woord. Onze officiële spelling is door de Nederlandse Taalunie vastgelegd in Het Groene Boekje. De Taalunie acteert hiervoor op basis van de zogenaamde Spellingswet. Bij spelling gaat het vooral om de juiste schrijfwijze van een woord.

Onze grammatica daarentegen, wordt niet opgelegd door de overheid. De grammaticale normen staan beschreven in het boek De Algemene Nederlandse Spraakkunst. Bij grammatica gaat het om de structuur van woorden en zinnen, die door samenvoeging tot spraak of geschreven tekst leiden. Het gaat over de woordstijl, woordstructuur en woordvorming, over de woord- en zinsontleding, en over woordsoorten. In de grammatica gaat het bijvoorbeeld vaak fout met het gebruik van ‘t’, ‘d’ of ‘dt’ aan het einde van het woord. In dit voorbeeld bepalen andere woorden in de zin welke eindletter het betreffende woord krijgt. Eigenlijk is dat ook meteen de kern van de Nederlandse grammatica.